Leviticus 9: Gods heerlijkheid verschijnt bij de eerste priesterlijke dienst
Tekst uit de NBG (1951).
1
Op de achtste dag riep Mozes Aäron, diens zonen en de oudsten van Israël en zeide tot Aäron:
2
Neem u een kalf, een jong rund, ten zondoffer, en een ram ten brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren., beide gaaf, en breng ze voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren.
3
En tot de Israëlieten zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. spreken: Neemt een geitebok ten zondoffer, en ten brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. een kalf en een schaap, elk één jaar oud, en gaaf.
4
Daarbij een rund en een ram ten vredeoffer om ze voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren te offeren, benevensEn ook; samen met. een spijsofferGraanoffer., met olie aangemaakt, wantOmdat; geeft een reden aan. heden zal u de Here verschijnen.
5
Toen brachten zij hetgeen Mozes geboden had naar de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. samenkomst, en de gehele vergadering naderde en stond voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren.
6
En Mozes zeide: Dit is het, wat de Here u geboden heeft te doen, opdatZodat; met het doel dat. de heerlijkheid desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren u verschijne.
7
Toen zeide Mozes tot Aäron: Nader tot het altaar en bereid uwVan jou/u (bezittelijk). zondoffer en uwVan jou/u (bezittelijk). brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. en doe verzoening voor u en voor het volk; bereid daarna de offergaveGift voor God. desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. volks en doe voor hen verzoening, zoals de Here geboden heeft.
8
Toen naderde Aäron tot het altaar en slachtte het kalf dat voor hem ten zondoffer bestemd was.
9
En de zonen van Aäron brachten hem het bloed en hij doopte zijn vinger in het bloed en streek dat aan de horens van het altaar; het bloed goot hij uit aan de voet van het altaar.
10
Maar het vet, de nieren en het aanhangsel aan de lever van het zondoffer deed hij in rook opgaan op het altaar, zoals de Here Mozes geboden had.
11
Het vlees en de huid echter verbrandde hij met vuur buiten de legerplaats.
12
Daarop slachtte hij het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren., en de zonen van Aäron reikten hem het bloed, en hij sprengde het rondom tegen het altaar.
13
Ook het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. reikten zij hem, in zijn stukken verdeeld, met de kop, en hij deed dit op het altaar in rook opgaan.
14
Hij wies de ingewandenBinnenste; beeld voor diepe gevoelens. en de onderschenkels en deed ze op het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. in rook opgaan op het altaar.
15
Hierna offerde hij de offergaveGift voor God. desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. volks; hij nam de bok van het zondoffer, die voor het volk bestemd was, slachtte die en bereidde hem ten zondoffer zoals het vorige.
16
Daarna offerde hij het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. en deed daarmede volgens het voorschrift.
17
Vervolgens liet hij het spijsofferGraanoffer. brengen, nam er een handvol van en deed het in rook opgaan op het altaar, benevensEn ook; samen met. het morgenbrandoffer.
18
Ook slachtte hij het rund en de ram, die als vredeoffer voor het volk bestemd waren, en de zonen van Aäron reikten hem het bloed, en hij sprengde het rondom tegen het altaar.
19
De vetstukken van het rund echter, de vetstaart van de ram, benevensEn ook; samen met. het vet dat de ingewandenBinnenste; beeld voor diepe gevoelens. bedekt, de nieren en het aanhangsel aan de lever,
20
deze vetstukken legden zij op de borststukken, en hij deed deze vetstukken in rook opgaan op het altaar.
21
En de borststukken en de rechterbovenschenkel bewoog Aäron als beweegoffer voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren, zoals Mozes geboden had.
22
Toen hief Aäron zijn handen op over het volk en zegende het; daarna daalde hij af, nadat hij het zondoffer, het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. en het vredeoffer gebracht had.
23
Mozes nu en Aäron gingen in de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. samenkomst, en toen zij er weer uitkwamen, zegenden zij het volk, en de heerlijkheid desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren verscheen aan het gehele volk.
24
En er ging vuur uit van de Here en dit verteerde op het altaar het brandofferOffer dat helemaal verbrand wordt om God te eren. en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht.