Numeri 27: Erfdeel, rechtvaardigheid en de overdracht van leiderschap
Tekst uit de NBG (1951).
1
En de dochters van Selofchad, de zoon van Chefer, de zoon van Gilead, de zoon van Makir, de zoon van Manasse, van de geslachten van Manasse, de zoon van Jozef – en dit zijn de namen van zijn dochters: Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa – naderden
2
en stelden zich vóór Mozes en de priesterIemand die namens het volk tot God nadert. Eleazar en de vorsten en de gehele vergadering aan de ingang van de tent derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. samenkomst en zeiden:
3
Onze vader is in de woestijn gestorven, hoewel hij niet behoorde tot de bende, die tegen de Here samenspande, tot de bende van Korach, maar om zijn eigen zonde is hij gestorven, en hij had geen zonen.
4
Waarom zal de naam van onze vader uit het midden derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. geslachten verdwijnen, daar hij geen zoon heeft? Geef ons bezit onder de broeders van onze vader.
5
Toen bracht Mozes haar rechtsvraag voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren.
6
En de Here zeide tot Mozes:
7
De dochters van Selofchad hebben gelijk; gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult haar voorzeker erfelijk bezit onder de broeders van haar vader geven, en gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult het erfdeelErfenis; wat je ontvangt van God. van haar vader op haar doen overgaan.
8
En tot de Israëlieten zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. aldusZo; op deze wijze. spreken: Wanneer iemand sterft zonder een zoon te hebben, dan zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijn erfdeelErfenis; wat je ontvangt van God. op zijn dochter doen overgaan.
9
Heeft hij geen dochter, dan zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijn erfdeelErfenis; wat je ontvangt van God. aan zijn broeders geven.
10
Heeft hij geen broeders, dan zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijn erfdeelErfenis; wat je ontvangt van God. aan de broeders van zijn vader geven.
11
En heeft zijn vader geen broeders, dan zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijn erfdeelErfenis; wat je ontvangt van God. geven aan de naaste bloedverwantFamilielid. uit zijn geslacht, opdatZodat; met het doel dat. die het bezitte. En dit zal voor de Israëlieten tot een rechtsinzetting zijn, zoals de Here aan Mozes geboden heeft.
12
En de Here zeide tot Mozes: Beklim dit gebergteHele reeks bergen; bergland. Abarim, en aanschouwKijk; zie. het land, dat Ik de Israëlieten gegeven heb.
13
Als gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. het aanschouwd hebt, dan zult ook gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. tot uwVan jou/u (bezittelijk). voorgeslacht vergaderd worden, zoals uwVan jou/u (bezittelijk). broeder Aäron;
14
omdat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. in de woestijn Sin, toen de vergadering opstandig was, mijn gehoorzamenDoen wat God zegt..">bevelDuidelijke opdracht die je moet gehoorzamenDoen wat God zegt.. om Mij voor hun ogen bij het water te heiligenMensen die bij God horen; zijn volk., weerstreefd hebt. Dat is het water van Meribat-Kades in de woestijn Sin.
15
Toen sprak Mozes tot de Here:
16
De Here, de God derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. geesten van alle levende schepselen, stelle over de vergadering een man,
17
die voor hun aangezicht uitgaat en die voor hun aangezicht ingaat, en die hen doet uittrekken en hen weer terugbrengt, opdatZodat; met het doel dat. de vergadering desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren niet zij als schapen die geen herderIemand die voor schapen zorgt; in de Bijbel beeld voor een leider. hebben.
18
Toen zeide de Here tot Mozes: Neem u Jozua, de zoon van Nun, een man, van geest vervuld, en leg hem uwVan jou/u (bezittelijk). hand op,
19
en stel hem voor de priesterIemand die namens het volk tot God nadert. Eleazar en voor de gehele vergadering, en geef hem in hun tegenwoordigheid uwVan jou/u (bezittelijk). bevelen
20
en leg op hem van uwVan jou/u (bezittelijk). heerlijkheid, opdatZodat; met het doel dat. de gehele vergadering derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. Israëlieten het hore.
21
Hij zal voor de priesterIemand die namens het volk tot God nadert. Eleazar staan, opdatZodat; met het doel dat. deze voor het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren de beslissing van de Urim voor hem vrage; op zijn gehoorzamenDoen wat God zegt..">bevelDuidelijke opdracht die je moet gehoorzamenDoen wat God zegt.. zullen zij uitrukken en op zijn gehoorzamenDoen wat God zegt..">bevelDuidelijke opdracht die je moet gehoorzamenDoen wat God zegt.. zullen zij inrukken, hij en alle Israëlieten met hem, en de gehele vergadering.
22
En Mozes deed, zoals de Here hem geboden had, en hij nam Jozua en stelde hem voor de priesterIemand die namens het volk tot God nadert. Eleazar en voor de gehele vergadering;
23
hij legde hem zijn handen op en gaf hem zijn bevelen, zoals de Here door de dienst van Mozes gesproken had.