Psalmen 34
Tekst uit de NBG (1951).
1
Van David, toen hij zich bij Abimelek als een waanzinnige gedroeg, zodatMet als gevolg dat; daardoor. deze hem wegjoeg, en hij heenging.
2
Ik wil de Here te allen tijde prijzen,bestendigBlijvend; stabiel. zij zijn lof in mijn mond.
3
In de Here beroeme zich mijn ziel;laten de ootmoedigen het horen en zich verheugen.
4
Maakt met mij de Here groot,en laat ons tezamen zijn naam verheffenOmhoog tillen; eren..
5
Ik zocht de Here en Hij antwoordde mij,Hij redde mij uit al mijn verschrikkingen.
6
Zij schouwen naar Hem en stralen van vreugde,en hun aangezicht zal niet schaamrood worden.
7
Deze ellendige hier riep en de Here hoorde,Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.
8
De Engel desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren legert Zichrondom wie Hem vrezenAngst hebben of diep ontzag hebben., en redt hen.
9
Smaakt en ziet, dat de Here goed is;welzalig de man die bij Hem schuilt.
10
Vreest de Here, gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”., zijn heiligenMensen die bij God horen; zijn volk.,wantOmdat; geeft een reden aan. wie Hem vrezenAngst hebben of diep ontzag hebben., hebben geen gebrek.
11
Jonge leeuwen lijden ontbering en honger,maar wie de Here zoeken,hebben geen gebrek aan enig goed.
12
Komt, kinderen, luistert naar mij,ik zal u de vreze desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren leren.
13
Wie is de man die het leven begeert,vele dagen wenst om het goede te genieten?
14
Bewaar uwVan jou/u (bezittelijk). tong voor het kwadeen uwVan jou/u (bezittelijk). lippen voor het spreken van bedrog;
15
wijk van het kwade en doe het goede,zoek de vrede en jaag die na.
16
De ogen desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren zijn op de rechtvaardigenMensen die naar Gods wil leven.,en zijn oren tot hun hulpgeroep;
17
het aangezicht desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. Heren is tegen hen die kwaad doen,om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.
18
Roepen zij, dan hoort de Here,en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.
19
De Here is nabij de gebrokenenMensen die gebroken zijn van binnen. van harten Hij verlostBevrijd door God. de verslagenen van geest.
20
Talrijk zijn de rampen van de rechtvaardigeIemand die leeft zoals God het wil.,maar uit die alle redt hem de Here;
21
Hij behoedt al zijn beenderenBotten; geraamte.,niet één daarvan wordt gebroken.
22
Het onheil doodt de goddelozeIemand die zonder respect voor God leeft.,en wie de rechtvaardigeIemand die leeft zoals God het wil. haten, zullen ervoor boetenStraf dragen of betalen voor wat je hebt gedaan..
23
De Here verlostBevrijd door God. de ziel van zijn knechten,allen die bij Hem schuilen, zullen niet boetenStraf dragen of betalen voor wat je hebt gedaan..