Lees hoofdstuk · Mattheüs 5 – De Bergrede begint · Leer de Bijbel
Inleiding
Lezen
Uitleg
Quiz
Afronden

Mattheüs 5 – De Bergrede begint

Tekst uit de NBG (1951).

1
Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem.
2
En Hij opende zijn mond en leerde hen, zeggende:
3
Zalig de armen van geest,wantOmdat; geeft een reden aan. hunner is het Koninkrijk derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. hemelenHet koninkrijk van God..
4
Zalig die treuren,wantOmdat; geeft een reden aan. zij zullen vertroost worden.
5
Zalig de zachtmoedigen,wantOmdat; geeft een reden aan. zij zullen de aarde beërven.
6
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,wantOmdat; geeft een reden aan. zij zullen verzadigd worden.
7
Zalig de barmhartigenMensen die vol medelijden zijn.,wantOmdat; geeft een reden aan. hun zal barmhartigheidDiepe bewogenheid die tot hulp leidt. geschieden.
8
Zalig de reinen van hart,wantOmdat; geeft een reden aan. zij zullen God zien.
9
Zalig de vredestichters,wantOmdat; geeft een reden aan. zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
10
Zalig de vervolgden om derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. gerechtigheid wil,wantOmdat; geeft een reden aan. hunner is het Koninkrijk derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. hemelenHet koninkrijk van God..
11
Zalig zijt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”., wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt om Mijnentwil.
12
Verblijdt u en verheugt u, wantOmdat; geeft een reden aan. uwVan jou/u (bezittelijk). loon is groot in de hemelen; wantOmdat; geeft een reden aan. alzoZo; op deze manier. hebben zij de profeten vóór u vervolgd.
13
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijt het zout derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. aarde; indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
14
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zijt het licht derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. wereldJezus, die mensen de weg wijst.. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
15
Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaatMaat voor graan; beeld voor overvloed of tekort., maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
16
Laat zo uwVan jou/u (bezittelijk). licht schijnen voor de mensen, opdatZodat; met het doel dat. zij uwVan jou/u (bezittelijk). goede werken zien en uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
17
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullenVol maken; iets werkelijkheid laten worden..
18
WantOmdat; geeft een reden aan. voorwaarZeker weten; het is echt zo., Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied.
19
Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. hemelenHet koninkrijk van God.; dochMaar; echter. wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. hemelenHet koninkrijk van God..
20
WantOmdat; geeft een reden aan. Ik zeg u: Indien uwVan jou/u (bezittelijk). gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. schriftgeleerden en FarizeeënJoodse religieuze groep., zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. het Koninkrijk derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. hemelenHet koninkrijk van God. voorzeker niet binnengaan.
21
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult niet doodslaan; en: Wie doodslagIemand doden (niet gepland maar wel ernstig). pleegt, zal vervallen aan het gerecht.
22
Maar Ik zeg u: Een ieder, die in boosheidKwaadaardige houding; zonde. over zonde en onrecht.">toornGods heilige boosheidKwaadaardige houding; zonde. over zonde en onrecht. leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: DwaasIemand die Gods wijsheid negeert en slecht kiest., zal vervallen aan het hellevuur.
23
Wanneer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. dan uwVan jou/u (bezittelijk). gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uwVan jou/u (bezittelijk). broeder iets tegen u heeft,
24
laat uwVan jou/u (bezittelijk). gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uwVan jou/u (bezittelijk). broeder en kom en offer daarna uwVan jou/u (bezittelijk). gave.
25
Wees vriendelijk jegens uwVan jou/u (bezittelijk). tegenpartij, tijdig, terwijl gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. nog met hem onderweg zijt, opdatZodat; met het doel dat. uwVan jou/u (bezittelijk). tegenpartij u niet aan de rechter overlevere en de rechter aan zijn dienaar en gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. in de gevangenis wordt geworpen.
26
VoorwaarZeker weten; het is echt zo., Ik zeg u: GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult daar voorzeker niet uitkomen, voordat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. de laatste penningKlein geldstuk. hebt betaald.
27
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. hebt gehoord, dat er gezegd is: GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult niet echtbreken.
28
Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reedsAl; al eerder. echtbreukOverspel; huwelijksontrouw. met haar gepleegd.
29
Indien dan uwVan jou/u (bezittelijk). rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, wantOmdat; geeft een reden aan. het is beter voor u, dat één uwerVan u; wat bij u hoort. leden verloren ga en niet uwVan jou/u (bezittelijk). gehele lichaam in de hel geworpen worde.
30
En indien uwVan jou/u (bezittelijk). rechterhand u tot zonde zou verleiden, houw haar af en werp haar van u; wantOmdat; geeft een reden aan. het is beter voor u, dat één uwerVan u; wat bij u hoort. leden verloren ga en niet uwVan jou/u (bezittelijk). gehele lichaam ter helle vare.
31
Er is ook gezegd: Al wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een scheidbrief geven.
32
Maar Ik zeg u: Een ieder, die zijn vrouw wegzendt om een andere reden dan ontuchtSeksuele zonde., maakt, dat er echtbreukOverspel; huwelijksontrouw. met haar gepleegd wordt; en al wie een weggezondene trouwt, pleegt echtbreukOverspel; huwelijksontrouw..
33
Wederom hebt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. gehoord, dat tot de ouden gezegd is: GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult uwVan jou/u (bezittelijk). eed niet breken, dochMaar; echter. aan de Here uwVan jou/u (bezittelijk). eden gestand doenWaarmaken wat je belooft..
34
Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat hij de troon van God is;
35
bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van de grote Koning is;
36
ook bij uwVan jou/u (bezittelijk). hoofd zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. niet zweren, omdat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. niet één haar wit kunt maken of zwart.
37
Laat het ja, dat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit denDe; oud lidwoord, zoals in “den mens”. boze.
38
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand.
39
Maar Ik zeg u, de boze niet te weerstaan, dochMaar; echter. wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe;
40
en wil iemand met u rechten en uwVan jou/u (bezittelijk). hemd nemen, laat hem ook uwVan jou/u (bezittelijk). mantel;
41
en zal iemand u voor één mijl pressen, ga er twee met hem.
42
Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem niet af, die van u lenen wil.
43
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. hebt gehoord, dat er gezegd is: GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult uwVan jou/u (bezittelijk). naaste liefhebben en uwVan jou/u (bezittelijk). vijand zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. haten.
44
Maar Ik zeg u: Hebt uwVan jou/u (bezittelijk). vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen,
45
opdatZodat; met het doel dat. gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. kinderen moogt zijn van uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in de hemelen is; wantOmdat; geeft een reden aan. Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigenMensen die naar Gods wil leven. en onrechtvaardigen.
46
WantOmdat; geeft een reden aan. indien gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. liefhebt, die u liefhebben, wat voor loon hebt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”.? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?
47
En indien gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. alleen uwVan jou/u (bezittelijk). broeders groet, waarin doet gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. meer dan het gewone? Doen ook de heidenen niet hetzelfde?
48
GijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. dan zult volmaakt zijn, gelijk uwVan jou/u (bezittelijk). hemelse Vader volmaakt is.