Lees hoofdstuk · Mattheüs 6 – Leven voor de Vader · Leer de Bijbel
Inleiding
Lezen
Uitleg
Quiz
Afronden

Mattheüs 6 – Leven voor de Vader

Tekst uit de NBG (1951).

1
Ziet toe, dat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. uwVan jou/u (bezittelijk). gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; wantOmdat; geeft een reden aan. dan hebt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. geen loon bij uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in de hemelen is.
2
Wanneer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. dan aalmoezen geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars doen in de synagogen en op de straten, om door de mensen geroemd te worden. VoorwaarZeker weten; het is echt zo., Ik zeg u, zij hebben hun loon reedsAl; al eerder..
3
Maar laat, als gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. aalmoezen geeft, uwVan jou/u (bezittelijk). linkerhand niet weten wat uwVan jou/u (bezittelijk). rechter doet,
4
opdatZodat; met het doel dat. uwVan jou/u (bezittelijk). aalmoes in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen. zij, en uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen. ziet, zal het u vergelden.
5
En wanneer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. bidt, zult gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. niet zijn als de huichelaars, wantOmdat; geeft een reden aan. zij staan gaarne in de synagogen en op de hoeken derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. pleinen te bidden, om zich aan de mensen te vertonen. VoorwaarZeker weten; het is echt zo., Ik zeg u, zij hebben hun loon reedsAl; al eerder..
6
Maar gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”., wanneer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. bidt, ga in uwVan jou/u (bezittelijk). binnenkamerVerborgen plaats om te bidden., sluit uwVan jou/u (bezittelijk). deur en bid tot uwVan jou/u (bezittelijk). Vader in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen.; en uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen. ziet, zal het u vergelden.
7
En gebruikt bij uwVan jou/u (bezittelijk). bidden geen omhaal van woorden, zoals de heidenen; wantOmdat; geeft een reden aan. zij menen door hun veelheid van woorden verhoord te zullen worden.
8
Wordt hun dan niet gelijk, wantOmdat; geeft een reden aan. God uwVan jou/u (bezittelijk). Vader weet, wat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. van nodeNodig; vereist. hebt, eer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. Hem bidt.
9
Bidt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. dan aldusZo; op deze wijze.:Onze Vader die in de hemelen zijt,uwVan jou/u (bezittelijk). naam worde geheiligdAfgezonderd en rein gemaakt voor God.;
10
uwVan jou/u (bezittelijk). Koninkrijk kome;uwVan jou/u (bezittelijk). wil geschiede,gelijk in de hemel alzoZo; op deze manier. ook op de aarde.
11
Geef ons heden ons dagelijks brood;
12
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
13
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. WantOmdat; geeft een reden aan. UwerVan u; wat bij u hoort. is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. eeuwigheid. AmenZo zij het; het is echt waar..
14
WantOmdat; geeft een reden aan. indien gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uwVan jou/u (bezittelijk). hemelse Vader ook u vergeven;
15
maar indien gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. de mensen niet vergeeft, zal ook uwVan jou/u (bezittelijk). Vader uwVan jou/u (bezittelijk). overtredingen niet vergeven.
16
En wanneer gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaatGezicht; uitstraling.; wantOmdat; geeft een reden aan. zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. VoorwaarZeker weten; het is echt zo., Ik zeg u, zij hebben hun loon reedsAl; al eerder..
17
Maar gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”., zalf uwVan jou/u (bezittelijk). hoofd, als gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. vast, en was uwVan jou/u (bezittelijk). gelaatGezicht; uitstraling.,
18
om u niet bij uwVan jou/u (bezittelijk). vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen. is; en uwVan jou/u (bezittelijk). Vader, die in het verborgeneIn stilte, onzichtbaar voor anderen. ziet, zal het u vergelden.
19
Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen;
20
maar verzamelt u schatten in de hemelDingen die blijvende waarde hebben bij God., waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.
21
WantOmdat; geeft een reden aan., waar uwVan jou/u (bezittelijk). schat is, daar zal ook uwVan jou/u (bezittelijk). hart zijn.
22
De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uwVan jou/u (bezittelijk). oog zuiver is, zal geheel uwVan jou/u (bezittelijk). lichaam verlicht zijn;
23
maar indien uwVan jou/u (bezittelijk). oog slecht is, zal geheel uwVan jou/u (bezittelijk). lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!
24
Niemand kan twee heren dienen, wantOmdat; geeft een reden aan. hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. kunt niet God dienen èn Mammon.
25
Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uwVan jou/u (bezittelijk). leven, wat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. zult eten of drinken, of over uwVan jou/u (bezittelijk). lichaam, waarmede gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
26
Ziet naar de vogelen desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uwVan jou/u (bezittelijk). hemelse Vader die; gaat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. ze niet verre te boven?
27
Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?
28
En wat zijt gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. bezorgd over kleding? Let op de leliën desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. velds, hoe zij groeien:
29
zij arbeiden niet en spinnen niet; en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
30
Indien nu God het gras desVan de; bezittelijke vorm, zoals in “des Heren”. velds, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zó bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?
31
Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?
32
WantOmdat; geeft een reden aan. naar al deze dingen gaat het zoeken derVan de (vrouwelijk/meervoud), zoals in “der volkeren”. heidenen uit. WantOmdat; geeft een reden aan. uwVan jou/u (bezittelijk). hemelse Vader weet, dat gijJij; oude vorm voor “jij/jullie”. dit alles behoeft.
33
Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.
34
Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, wantOmdat; geeft een reden aan. de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.