Numeri 25: Verbondsbreuk, oordeel en ijver voor Gods heiligheid
Numeri 25 beschrijft Israëls val in afgoderij en ontucht bij Baäl-Peor. Het hoofdstuk toont hoe verbondsbreuk leidt tot oordeel, maar ook hoe ijver voor Gods heiligheid herstel brengt.
Numeri 25 vormt een scherp en aangrijpend contrast met de zegenrijke profetieën die eraan voorafgaan. Terwijl God Israël zegent en beschermt tegen externe bedreiging, valt het volk van binnenuit. Het hoofdstuk laat zien dat het grootste gevaar niet van vijanden komt, maar van innerlijke verbondsbreuk.
Israël begint zich in te laten met de vrouwen van Moab. Deze relaties leiden niet alleen tot moreel verval, maar ook tot religieuze afdwaling. Het volk neemt deel aan offers voor Baäl-Peor en buigt zich neer voor deze godheid. Deze handelingen vormen een directe schending van het verbond met de HEERE.
Gods reactie is scherp. Zijn toorn ontbrandt tegen Israël en Mozes krijgt de opdracht om de leiders van het volk te doden en openlijk te straffen. Hiermee wordt duidelijk dat verantwoordelijkheid zwaarder weegt naarmate de positie hoger is. Verbondsbreuk binnen het leiderschap bedreigt de hele gemeenschap.
Terwijl het volk weent bij de ingang van de tent van ontmoeting, brengt een Israëlitische man openlijk een Midjanitische vrouw in zijn tent. Deze provocerende daad toont hoe diep het verval is doorgedrongen. Verbondsverachting wordt publiek en schaamteloos.
Pinehas, de zoon van Eleazar, handelt onmiddellijk. Hij doorsteekt de man en de vrouw met een speer en maakt zo een einde aan de zonde. Zijn daad stopt de plaag die over het volk is gekomen. Vierentwintigduizend mensen zijn dan al gestorven.
God verklaart dat Pinehas Zijn ijver heeft getoond en Zijn toorn heeft afgewend. Als gevolg daarvan sluit God met hem een verbond van vrede en bevestigt het blijvende priesterschap in zijn lijn. Deze beloning laat zien dat ijver voor Gods heiligheid leven bewaart voor de gemeenschap.
Numeri 25 maakt duidelijk dat Gods zegen niet losstaat van trouw. Verbondsrelatie vraagt exclusieve toewijding. Waar die wordt losgelaten, volgt oordeel.
Het hoofdstuk onderwijst dat heiligheid geen abstract begrip is, maar concrete gehoorzaamheid vraagt. God tolereert geen vermenging van Zijn aanbidding met afgoderij.
Zo toont Numeri 25 de ernst van verbondsbreuk en tegelijk Gods verlangen om Zijn volk te bewaren. Door beslissend handelen wordt verdere vernietiging gestopt.
Het hoofdstuk vormt een waarschuwend slot van deze fase in Numeri. Gods zegen blijft, maar vraagt een volk dat Zijn heiligheid bewaakt.